Een drukke dag zou je denken. Het rare was dat dat iedereen telkens zoveel te laat kwam dat ik juist de hele dag aan het wachten was. Maar rustig is anders.
Na enkele heel hectische uren waarin de musici aankwamen (en telkens weer kwijtraakten), de band die na mijn show zou spelen twee uur te laat (precies tijdens mijn generale repetitie) ging soundchecken, de straat niet was afgezet zodat er continu verkeer (waarvan een deel met de sirene aan) door het project reed, er nog steeds geen lampjes gevonden waren (intussen zoeken we op elke plek een stopcontact voor een bouwlamp), was het zover.
Het plein was massief volgestroomd, onaangekondigd, subtiel en nauwelijks versterkt begon mijn muziek.
Ik kon niets meer bijstellen of aansturen, iedereen volgt zijn klok en zo vallen alle elementen voor het eerst in elkaar.
Ik maak me grote zorgen. Dit is eigenlijk supervaag! Heb ik niet een totaal verkeerd beeld geschetst toen ik een overrompelende show aankondigde? Veel subtiliteiten vallen weg, soms klinkt er een golf geroffel, wat accoorden van de electrische gitaar vanaf het balkon, flarden grooves van de percussiegroep, metalen slagen op sloopijzer en intense fragmenten van liederen door de solisten.
Langzaam begint het te kloppen, volgens plan wordt de muziek steeds concreter en heftiger. De sfeer is erg goed, mensen zijn verwonderd en enthousiast.
Ik sta bij de regie om het teken te geven van de climax waar mijn muziek naar toe zal werken. Het moment dat het vuurwerk door de premier zal worden aangestoken.
Dan valt de stroom uit, het koor heeft geen versterking en is onhoorbaar, de premier staat op het podium in het donker. Hij voelt zich niet op zijn gemak (deze regering heeft immers pittige vijanden) en steekt het vuurwerk aan. Mijn muziek is niet meer hoorbaar, het moment dat iedereen samenkomt en opbouwt naar het hoogtepunt is onhoorbaar door de explosies.
In een grote geblindeerde auto vertrekt de premier. De stroom zal nog een half uur uit blijven. Ik ga snel naar de muzikanten en en roep: “speel iets”, “doe wat”, “volg mijn teken”. Later verteld de gemeentechef dat deze impro, de flarden muziek die van alle kanten kwamen zonder verband, de avond redde.
Het was geen compositie. Het was een samenloop, een gelaagde cocktail van gebeurtenissen, geluiden en ervaringen. Bijna niets liep volgens plan. Was ik maar publiek geweest, wist ik maar niet hoe ik het eigenlijk gewild had, dan had ik genoten.